Schaatsers gebruiken verrassend veel woorden waarvan voor ervaren rijders vanzelfsprekend lijkt wat ze betekenen. Noren. Klapschaatsen. Bending. Ronding. Zwart ijs. Tourschaatsen.
Maar als je net begint, is dat helemaal niet vanzelfsprekend. Daarom hieronder een praktische woordenlijst.
Wat zijn noren?
Noren is de gebruikelijke Nederlandse naam voor langebaanschaatsen met een relatief lang ijzer.
Ze zijn bedoeld om efficiënt rechtuit te schaatsen en worden veel gebruikt op:
- de 400-meterbaan
- natuurijs
- langere tochten
Er bestaan verschillende uitvoeringen, waaronder vaste noren en klapschaatsen. Voor beginnende recreatieve schaatsers noemt de KNSB onder andere lage of combi-noren als mogelijke instap, waarna later naar hogere noren of klapschaatsen kan worden overgestapt.
Wat is een klapschaats?
Bij een klapschaats zit het ijzer aan de voorzijde scharnierend aan de schoen bevestigd.
Daardoor kan de hak van de schoen tijdens het laatste deel van de afzet loskomen van het ijzer. Het ijzer blijft daardoor tijdens de afzet langer in contact met het ijs dan bij een volledig vaste schaats.
Voor recreatief schaatsen is een klapschaats niet automatisch noodzakelijk. De KNSB adviseert beginners juist dat zij prima op vaste schaatsen kunnen beginnen.
Wat is de ronding van een schaats?
Een schaatsijzer lijkt recht, maar over de lengte zit er een lichte kromming in. Die noemen we de ronding of radius.
De ronding wordt uitgedrukt in meters. Bij langebaanschaatsen bestaan bijvoorbeeld radiussen zoals:
- 18 meter
- 21 meter
- 24 meter
- 27 meter
Zandstra levert voor langebaanijzers radiusmallen van 17 tot en met 27 meter.
Een kleiner getal betekent een sterker gekromd profiel; een groter getal een vlakker profiel. Welke ronding prettig is hangt onder andere af van materiaal, techniek en schaatser. Daarover schreef ik uitgebreider in Welke ronding past bij jou? 18, 21, 24 of 27 meter uitgelegd.
Wat is bending?
Bending betekent dat het schaatsijzer bewust zijdelings wordt gebogen. Dat wordt vooral gebruikt om het gedrag van het ijzer in de bocht te beïnvloeden.
Bending moet niet worden verward met ronding. Ronding is de kromming over de lengte van het ijzer wanneer je het van opzij bekijkt. Bending is een zijwaartse kromming van het ijzer. Hoe zo’n aanpassing zich verhoudt tot de rest van de afstelling lees je in Hoe stel je je schaatsen goed af?.
Bending is specialistisch werk. Ik zou niet aanraden zelf aan een schaatsijzer te gaan buigen zonder precies te weten wat je doet.
Wat betekent schaatsen slijpen?
Bij slijpen worden de loopvlakken en kanten van het ijzer zo behandeld dat je weer goede, gelijkmatige kanten krijgt. Een bot of beschadigd ijzer kan minder grip geven.
De KNSB adviseert recreatieve schaatsers hun schaatsen voor het seizoen goed te laten slijpen en opnieuw te slijpen wanneer de ijzers bot worden. Hoe vaak dat in de praktijk is, staat in Hoe vaak moet je je schaatsen laten slijpen?; de tarieven vind je op de pagina Schaatsonderhoud.
Slijpen is iets anders dan de ronding veranderen.
Wat is een braam?
Na slijpen of na contact met hard materiaal kan aan de zijkant van het ijzer een klein opstaand randje ontstaan. Dat noemen we een braam.
Daarom bestaat goed slijpen niet alleen uit over de bovenkant van een ijzer gaan. Na het slijpen moeten de kanten netjes worden afgewerkt.
Wat is skatefitting?
Bij Novakse gebruiken we skatefitting voor het afstellen van de schaats op de individuele schaatser.
We kijken onder andere naar hoe het ijzer onder de voet staat en wat er tijdens het schaatsen daadwerkelijk gebeurt.
Het proces bestaat bij Novakse uit intake, basisafstelling, observatie op het ijs, fijnafstelling en controle. Die stappen beschrijf ik uitgebreid in Wat is skatefitting en heb je het nodig? en kort op de pagina Schaatsonderhoud.
Wat zijn langlaufschaatsen?
Langlaufschaatsen, ook Nordic skates genoemd, bestaan uit lange schaatsijzers die meestal worden gecombineerd met een binding en schoenen die verwant zijn aan langlaufmateriaal.
Ze worden veel gebruikt voor tourschaatsen op natuurijs.
Het praktische voordeel is onder andere dat je bij veel systemen de schaats kunt losmaken en vervolgens op de schoen kunt lopen. De verschillen met noren zet ik naast elkaar in Langlaufschaatsen versus noren op natuurijs.
Wat is tourschaatsen?
Tourschaatsen betekent schaatsen waarbij het afleggen van een tocht centraal staat.
Dat kan bijvoorbeeld zijn:
- een ronde over een Nederlands meer
- een georganiseerde natuurijstocht
- een lange route in Zweden
- een dagtocht in Finland
Het doel hoeft niet maximale snelheid te zijn. Afstand, landschap en buiten zijn spelen vaak een grotere rol.
Wat is natuurijs?
Natuurijs is ijs dat door natuurlijke bevriezing van water ontstaat. Dus bijvoorbeeld op:
- meren
- sloten
- vaarten
- plassen
- zee- of kustwater
Dat verschilt van kunstijs, dat met koelinstallaties wordt gemaakt en onderhouden. Hoe schaatsen op natuurijs er in de praktijk uitziet, lees je bijvoorbeeld in Schaatsen in Zweden of op de pagina Reizen.
Wat is zwart ijs?
Met zwart ijs bedoelen schaatsers meestal helder, relatief sneeuwvrij natuurijs waardoor het donkere water of de ondergrond eronder zichtbaar is. Het ijs zelf is dus niet letterlijk zwart.
Voor schaatsers kan zo’n glad, schoon oppervlak prachtig zijn. Maar de kleur of helderheid alleen vertelt nooit of ijs veilig is.
Wat is sneeuwijs?
Wanneer sneeuw onderdeel wordt van de ijslaag of zich op het oppervlak ophoopt, ontstaat een heel ander soort schaatsoppervlak.
Sneeuw kan de schaatskwaliteit beïnvloeden en maakt het bovendien moeilijker om het ijsoppervlak goed te lezen.
Wat is een wak?
Een wak is een open of zeer zwakke plek in een verder bevroren wateroppervlak.
Wakken kunnen onder andere ontstaan door stroming, vogels, wind, temperatuur of lokale waterbeweging.
Op natuurijs moet je daarom niet alleen kijken of “het meer bevroren is”, maar naar de lokale situatie. De KNSB adviseert expliciet actuele lokale ijsinformatie in te winnen voordat je op pad gaat. Meer daarover in Veiligheid op natuurijs.
Wat zijn ijspriemen?
IJspriemen zijn twee handgrepen met scherpe punten waarmee je jezelf bij een val door het ijs grip kunt geven op de ijsrand.
Bij schaatsen op onbekend of open natuurijs maken ze onderdeel uit van een bredere veiligheidsuitrusting. De KNSB noemt naast ijspriemen onder andere een ijsstok, touw, fluitje, reservekleding en telefoon.
Wat is een ijsstok?
Een ijsstok is een stevige stok met punt waarmee ervaren natuurijsschaatsers de kwaliteit en sterkte van het ijs tijdens een tocht kunnen beoordelen.
Alleen een ijsstok kopen betekent overigens niet dat je automatisch ijs kunt lezen. Daar is kennis en ervaring voor nodig.
Wat betekent pootje-over?
Pootje-over is de informele naam voor overstappen in de bocht. Daarbij kruist het buitenste been over het binnenste been zodat je door de bocht kunt blijven afzetten. Hoe je dat opbouwt, staat in Pootje-over in de bocht.
Wat betekent op de buitenkant staan?
Een schaatsijzer heeft twee kanten. Wanneer schaatsers zeggen dat iemand op de buitenkant staat, bedoelen ze dat het ijzer zodanig gekanteld wordt dat de buitenste kant contact en druk krijgt.
Dat speelt onder andere een rol bij balans, bijhaal en bochtentechniek.
Wat is de glijfase?
De glijfase is het deel van de schaatsslag waarin je op één schaats voortglijdt voordat de volgende afzet volledig wordt ingezet.
Stabiel op één been kunnen glijden is daarom een belangrijke basisvaardigheid.
Waarom deze termen belangrijk zijn
Je hoeft geen technisch woordenboek uit je hoofd te leren om lekker te kunnen schaatsen. Maar een paar begrippen begrijpen helpt wel.
Zeker wanneer je:
- schaatsles volgt
- materiaal laat afstellen
- schaatsen koopt
- zelf leert slijpen
- natuurijstraining doet
Dan weet je tenminste waar iemand het over heeft wanneer hij vraagt: “Welke ronding zit er eigenlijk op je noren?”
